Tot 1939 was de langhaar een uitzonderlijke verschijning. Sprake van zuivere langhaar-fokkerij was er niet. De aanwezige langharen waren meer toevalsproducten uit korthaar-ouders dan dat er bewust werd gefokt. De aantallen zijn klein en er is weinig over zuivere afstammingen bekend. Begin jaren dertig komt doctor W.A. van den Akker als gepensioneerd dierenarts uit het toenmalige Nederlandsch Indië terug. Daar heeft hij zich bezig gehouden met de fokkerij van Duitse Herdershonden en was hij bestuurslid van de VDH afdeling Nederlandsch Indië. In samenwerking met
ir. J. Voskens ging hij in 1938 op zoek naar nog aanwezige langharen, althans honden die uiterlijk gesproken als Hollandse Herdershonden langharig konden worden aangemerkt. Uiteindelijk wordt een teef in Noord Brabant gevonden die Adri van het Eigen Land wordt genoemd.
In 1939 wordt het eerste bewust gefokte langhaarnest geboren. Vader is de op paleis Soestdijk als bewakingshond dienstdoende reu Falco. In 1959 worden dertien langharen aan de Raad van Beheer aangeboden om te worden ingeschreven in de bijlagen van het Nederlands Hondenstamboek. In de tussenliggende periode is geen stamboek bijgehouden. Wel is duidelijk dat honden van onbekende afstamming zijn gebruikt om de stam op te zetten. Door middel van inteelt heeft Van den Akker getracht het type vast te leggen.
v.l.n.r: Cora, Adri, en Pietah van het Eigen Land
Situatie in de fokkerij in de jaren 1960-1985
Om voldoende typische honden te verkrijgen paste Van den Akker lijn- en inteelt toe. Om een inteeltdepressie te voorkomen werd in 1966 en 1967 een korthaar ingekruist. De fokkerij in het algemeen blijft kwetsbaar en is afhankelijk van een klein aantal personen dat af en toe een nest fokt.
In de jaren 70 en begin jaren 80 wordt de langhaarfokkerij gekenmerkt door een aantal gelegenheidsfokkers: mensen die voor de aardigheid een nest fokken. Dit heeft tot gevolg dat er velerlei types zijn en de continuïteit afhankelijk is van slechts een paar mensen. De fokbasis blijft erg smal en er zijn tekenen van een inteeltdepressie: meerdere teven nemen niet op, aantal pups per nest is structureel lager dan in vergelijking met de korthaar en de ruwhaar en het libido bij reuen neemt eveneens zienderogen af. Gemiddeld worden er drie tot zes nesten per jaar geboren.
Recente ontwikkelingen
In 1988, 1992 en 2001 worden wederom kortharen ingekruist om inteeltdepressies te voorkomen en om het type langhaar te verbeteren. De nakomelingen van deze honden zijn ondertussen volop geïntegreerd in het langhaarbestand.
Tevens heeft mevrouw C.J. Bakkes-Versloot (kennel Arvensis) in 1984 twee van haar teven laten dekken door een Tervuerense Herdershond. De vierde generatie uit deze nakomelingen konden, na een aankeuring, worden opgenomen in de bijlage van het Nederlands Hondenstamboek. Ondertussen is ook deze fokrichting volop in het huidige langhaarbestand opgenomen en zijn de eerste honden uit de bijlage in het stamboek ingeschreven (K-nest van het Eigen Land). Reden om een raskruising te doen was met name om door middel van een nieuwe genenpool een inteeltdepressie te voorkomen. Tevens is de Tervuerense Herderhond gebruikt om het type te verbeteren. Hiertoe is niet een specifiek super rastypische Tervuerense Herderhond gebruikt, maar een die in aanleg meer overeenkomsten vertoonde met de Hollandse Herdershond.
Gé-Tjakko van Astrita Hof, Tervuerense Herdershond
Arvensis' P-nest, eerste generatie kruising Tervuerense Herder